Uit de praktijk
De man die niet begraven wilde worden op dinsdag
Een afscheid hoeft niet volgens het boekje. Het moet passen bij degene om wie het gaat.
Het was maandagochtend, iets over negen, toen mijn telefoon ging.
Aan de andere kant van de lijn hoorde ik een oudere dame.
“Goedemorgen, spreek ik met Anne Wieb?”
“Daar spreekt u mee.”
“Mooi. Dan heb ik een probleem voor u.”
Dat was een bijzondere opening. Meestal beginnen telefoongesprekken met de mededeling dat iemand is overleden. Maar deze mevrouw had kennelijk iets anders op haar lever.
“Mijn man is gisteren overleden. Hij is 84 geworden. En hij wil absoluut niet op dinsdag begraven worden.”
Ik moest even nadenken.
“Dat hoeft toch ook niet, mevrouw?”
“Nou, dat weet ik zo net nog niet. Want hij heeft het zelf opgeschreven.”
Ze vertelde dat haar man, Henk, zijn hele leven een bijzonder eigenwijze man was geweest. Niet vervelend eigenwijs, maar iemand die precies wist wat hij wilde.
Hij had veertig jaar als timmerman gewerkt, reed tot zijn tachtigste in dezelfde oude Mercedes en ging iedere donderdagmiddag met zijn vrienden kaarten in het café.
En hij had een hekel aan dinsdagen.
Waarom?
Dat wist niemand.
“Hij zei altijd dat dinsdag een dag was waar je niets aan had. Maandag moest je weer beginnen, woensdag was je halverwege, donderdag kwam het weekend eraan en vrijdag was natuurlijk vrijdag. Maar dinsdag? Daar had niemand iets aan.”
Ik moest lachen.
Mevrouw lachte mee.
Voor het eerst sinds het begin van ons gesprek.
Een briefje in de keukenla
Diezelfde ochtend zat ik bij mevrouw aan de keukentafel.
De koffie stond klaar. Naast haar lag een oude envelop.
Op de voorkant stond met grote letters:
VOOR ALS IK ER NIET MEER BEN.
Ze schoof de envelop naar mij toe.
“Lees maar.”
Er zat een velletje papier in. Met een paar regels, geschreven in een handschrift dat duidelijk van iemand was die gewend was met zijn handen te werken.
Geen poespas.
Geen dure kist.
Geen dominee.
Geen dinsdag.
En na afloop een borrel voor iedereen, maar niet van die kleine glaasjes.
Onderaan stond nog één zin.
En laat die uitvaartman vooral niet te veel verdienen aan mij.
Ik keek mevrouw aan.
“Volgens mij had ik Henk wel gemogen.”
Ze schoot in de lach.
“Hij u waarschijnlijk ook. Als u tenminste niet te duur bent.”
De kinderen wilden iets anders
Even later kwamen de twee dochters binnen.
De oudste had inmiddels op internet gezocht naar uitvaartmogelijkheden. Ze had een prachtig crematorium gevonden, met een grote aula, uitgebreide catering en een mooie rouwauto.
De jongste wilde juist helemaal niets.
“Papa hield niet van aandacht. Hij zou gek worden als hij wist dat we hier duizenden euro’s aan gingen uitgeven.”
En daar zaten we.
Drie vrouwen, drie verschillende ideeën en een overleden man die zelf eigenlijk maar vijf regels had opgeschreven.
Ik vroeg of we het misschien eerst eens over Henk konden hebben.
Niet over de uitvaart.
Maar over de man.
Wat deed hij graag? Waar werd hij gelukkig van? Waar had hij een hekel aan? En vooral: wat zou hij zelf hebben gezegd als hij hier nog aan tafel had gezeten?
Het werd een prachtig gesprek.
Er kwamen verhalen over vakanties met de caravan, de oude Mercedes die nooit weg mocht en zijn vaste stoel in het café.
En over zijn gereedschapskist.
Die stond al zestig jaar in de schuur.
Niemand mocht eraan komen.
Waarom eigenlijk een rouwauto?
Tijdens het gesprek vertelde de jongste dochter dat haar vader jarenlang met een oude bestelbus had gereden.
Een bus waarin hij zijn gereedschap vervoerde, maar waarmee hij ook zijn kinderen naar school bracht en later zijn kleinkinderen meenam naar de bouwmarkt.
De bus stond nog steeds achter het huis.
“Daar reed hij tot vorig jaar nog mee”, vertelde ze.
Ik vroeg of de bus nog reed.
“Jawel, maar waarom?”
“Omdat ik me afvraag waarom we eigenlijk een rouwauto zouden huren.”
Het werd stil.
De oudste dochter keek me verbaasd aan.
“Kan dat dan?”
“Natuurlijk. Als het vervoer veilig en waardig kan plaatsvinden, hoeft dat niet per se met een traditionele rouwauto.”
En ineens ontstond er iets.
De dochters keken elkaar aan.
Mevrouw glimlachte.
“Dat zou Henk prachtig hebben gevonden.”
Een afscheid op donderdag
Uiteindelijk werd het geen grote aula.
Geen uitgebreide plechtigheid.
Geen dure rouwauto.
We kozen voor een eenvoudige houten uitvaartkist. Precies zoals Henk had gewild.
Op donderdagmiddag werd hij naar het crematorium gebracht.
Niet in een glimmende rouwauto, maar in zijn eigen oude bestelbus.
Zijn kleinzoon zat achter het stuur.
Zijn twee dochters reden mee.
En mevrouw volgde in de Mercedes die haar man jarenlang zo zorgvuldig had onderhouden.
Na de crematie ging iedereen naar het café.
Daar stond zijn vaste stoel nog op dezelfde plek.
Op tafel lag zijn oude gereedschapskist.
Naast de kist stond een foto van Henk, met een brede lach en een biertje in zijn hand.
Er werd gelachen.
Er werd gehuild.
Er werden verhalen verteld die mevrouw na zestig jaar huwelijk nog nooit had gehoord.
En de glazen?
Die waren inderdaad niet te klein.
Het telefoontje op vrijdag
De volgende ochtend ging mijn telefoon.
Het was mevrouw.
“Anne Wieb, ik wilde u nog even bedanken.”
Ik vertelde haar dat ze daar niet speciaal voor hoefde te bellen.
“Jawel”, zei ze. “Want weet u wat ik gisteren het mooiste vond?”
Ik dacht aan de bestelbus, het café en de verhalen.
Maar het was iets anders.
“Dat we gisteren eigenlijk helemaal niet het gevoel hadden dat we een uitvaart hadden.”
Ze zweeg even.
“Het voelde alsof Henk er gewoon nog bij was.”
Ik vond dat een prachtig compliment.
En toen zei ze:
“Maar ik heb nog wel één vraag.”
“Zegt u het maar.”
“Die rekening van u. Die komt toch niet op dinsdag?”
Een uitvaart hoeft niet duur te zijn om bijzonder te zijn
In mijn werk als uitvaartverzorger kom ik regelmatig families tegen die denken dat een uitvaart aan allerlei vaste regels moet voldoen.
Een rouwauto.
Een grote aula.
Een dure kist.
Bloemstukken.
Een uitgebreide koffietafel.
Maar wie heeft eigenlijk bedacht dat dit allemaal moet?
Natuurlijk zijn er wettelijke verplichtingen en praktische zaken die geregeld moeten worden.
Maar daarbuiten is er ontzettend veel mogelijk.
Een afscheid in een café, een eigen vervoermiddel, een eenvoudige kist of juist een heel persoonlijke ceremonie op een bijzondere locatie.
Het belangrijkste is niet wat anderen gewend zijn.
Het belangrijkste is wat past bij degene die is overleden en bij de mensen die achterblijven.
Bij RustZacht kijken we daarom niet eerst naar een prijslijst.
We luisteren eerst.
Naar de verhalen, de wensen en soms ook naar de eigenaardigheden van iemand.
Want juist daarin zit vaak het mooiste afscheid verborgen.
Een waardig afscheid hoeft geen vermogen te kosten. En persoonlijk hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Soms is een oude bestelbus, een houten kist en een café vol herinneringen precies genoeg.
En soms moet je gewoon zorgen dat het geen dinsdag wordt.



