RUSTZACHT.NLUitvaartverzorgingBel 085-400 11 2224/7 bereikbaar
Een oudere vrouw ligt in bed aan de rand van een dolfijnenbassin, met een knuffeldolfijn in haar arm, en zwaait lachend naar een dolfijn die vlak voor haar boven water komt. Naast haar zit een vrijwilliger van de wensambulance.

Uit de praktijk

Nog één keer naar de dolfijnen

5 min lezen

Een laatste wens die niets met een uitvaart te maken had.

Soms kom ik bij mensen thuis om hun toekomstige uitvaart te bespreken. Dat zijn bijzondere gesprekken. Je zit tegenover iemand die weet dat het leven binnenkort eindigt. En terwijl je samen praat over de uitvaartkist, de muziek en de mensen die afscheid komen nemen, zit er gewoon iemand tegenover je die eigenlijk nog helemaal niet dood wil.

Zo zat ik op een middag bij een mevrouw thuis.

Ze was ernstig ziek. Uitbehandeld. Over anderhalve week zou de euthanasie plaatsvinden. Een weloverwogen beslissing waar ze lang over had nagedacht.

Ze wilde graag zelf haar uitvaart regelen. Niet omdat ze alles wilde controleren, maar vooral omdat ze haar familie straks zo min mogelijk wilde belasten.

We bespraken de mogelijkheden. Welke muziek ze mooi vond, wie er mocht spreken en hoe ze het afscheid voor zich zag.

Ze wist precies wat ze wilde.

Geen overdreven gedoe, geen poespas en vooral geen verdrietige gezichten zolang ze zelf nog leefde.

Af en toe maakten we een grapje. Want ook tijdens zo'n gesprek mag er gewoon gelachen worden.

Toen we alles hadden doorgenomen, sloot ik mijn map en stelde ik de vraag die ik eigenlijk altijd stel.

"Kan ik verder nog iets voor u betekenen?"

Ze keek me aan.

"Ja, maak me beter."

Even was het stil.

Wat zeg je daarop?

Ik keek haar aan en zei: "Dat zou ik heel graag doen. Als ik dat toch eens zou kunnen."

En dat meende ik.

Ik gun niemand de dood. Maar ik weet ook dat we niet allemaal kunnen blijven. Hoe graag we dat soms ook zouden willen.

Ze glimlachte.

"Nou, dan hoef je verder niets meer te doen."

Ik stond bijna op toen ze er nog iets achteraan zei.

"Of je brengt me nog één keer naar het Dolfinarium in Harderwijk."

Ik keek haar aan.

"Wil je dat graag?"

"Ja, ontzettend graag. Ik ben daar vroeger zo vaak geweest. Ik vind dolfijnen zulke prachtige dieren. Maar dat kan natuurlijk niet meer. Ik kan nauwelijks mijn bed uit."

"Waarom zou dat niet kunnen?", vroeg ik.

Ze begon te lachen.

"Nou, Anne Wieb, kijk eens naar me. Zie je mij al in de auto stappen?"

"Nee", zei ik. "Maar misschien hoeft dat ook helemaal niet."

Ik vertelde haar over Stichting Ambulance Wens. Een organisatie die laatste wensen vervult van mensen die ernstig ziek zijn en niet meer zelfstandig kunnen reizen.

Ze keek me ongelovig aan.

"Bestaat zoiets echt?"

"Jazeker. En weet je wat? Ik ga ze gewoon bellen."

"Nu?"

"Ja, waarom niet? We hebben nog anderhalve week."

Soms moet je gewoon de telefoon pakken

Nog voordat ik bij haar de deur uit was, had ik contact gezocht met Stichting Ambulance Wens.

Ik legde de situatie uit. Mevrouw was ernstig ziek, lag grotendeels op bed en had nog maar weinig tijd.

Haar wens was eigenlijk heel eenvoudig.

Nog één keer naar de dolfijnen.

Natuurlijk moest eerst bekeken worden of de reis medisch verantwoord was en of er op zo'n korte termijn iets georganiseerd kon worden.

Maar er werd meegedacht.

Enkele dagen later kwam het verlossende bericht.

Het ging lukken.

Toen ik mevrouw belde om het goede nieuws te vertellen, was het even stil aan de andere kant van de lijn.

"Meen je dat nou?"

"Ja, mevrouw. U gaat naar Harderwijk."

Ik hoorde haar huilen.

En eerlijk gezegd moest ik zelf ook even slikken.

Een dag om nooit te vergeten

Op de afgesproken ochtend stond de wensambulance voor haar deur.

Vrijwilligers hielpen haar voorzichtig naar binnen. Ze hoefde niet te lopen of zich onnodig in te spannen. Ze kon liggend worden vervoerd.

Een familielid ging mee.

En zo vertrok ze, niet naar een ziekenhuis, niet naar een onderzoek en ook niet naar een behandeling.

Maar naar het Dolfinarium.

Gewoon, omdat ze dat nog één keer zo graag wilde.

In Harderwijk werd ze ontvangen en naar een plek gebracht waar ze de dolfijnen kon zien.

Daar lag ze.

Een vrouw die wist dat haar leven binnen enkele dagen zou eindigen.

Maar op dat moment was ze even niet bezig met haar ziekte.

Ze keek naar het water.

Naar de dolfijnen die voorbijzwommen, boven het water uitkwamen en weer verdwenen.

Ze lachte.

Volgens haar familie had ze in weken niet meer zo gelachen.

En toen een dolfijn vlakbij boven water kwam, stak ze voorzichtig haar hand op.

Alsof ze even gedag wilde zeggen.

Er werden foto's gemaakt. Niet veel, maar genoeg om dat bijzondere moment vast te leggen.

Op de terugweg was ze moe.

Heel erg moe.

Maar ze was gelukkig.

"Dit pakken ze me niet meer af", had ze gezegd.

En toen ging mijn telefoon

Diezelfde avond werd ik gebeld door haar dochter.

Ik schrok even toen ik haar naam op mijn telefoon zag.

Maar ze belde niet met slecht nieuws.

Ze wilde me bedanken.

"Mam heeft zo'n ontzettend mooie dag gehad. Ze ligt nu in bed en heeft het alleen maar over de dolfijnen."

Ik vertelde haar dat ik blij was dat het allemaal gelukt was.

"En weet je wat ze zei?", vroeg haar dochter.

"Nou?"

"Dat ze nu pas echt klaar is om te gaan."

Dat kwam binnen.

Want wat voor ons misschien een eenvoudig uitstapje lijkt, kan voor iemand anders van onschatbare waarde zijn.

Anderhalve week later

Op de afgesproken dag vond de euthanasie plaats.

Mevrouw overleed thuis, omringd door de mensen van wie ze hield.

Toen ik later bij de familie kwam, lag er op tafel een foto.

Een foto van mevrouw in Harderwijk.

Met op de achtergrond het water en de dolfijnen.

Haar dochter pakte de foto op.

"Deze moet mee naar de uitvaart."

En natuurlijk gebeurde dat.

Tijdens de plechtigheid stond de foto naast haar uitvaartkist.

Er werd gesproken over haar leven, haar familie en haar liefde voor dieren.

Maar vooral over die ene dag.

Die onverwachte dag waarop ze nog één keer iets mocht beleven waar ze zo gelukkig van werd.

En waar ze eigenlijk al afscheid van had genomen.

Uitvaartzorg begint niet pas na het overlijden

Ik heb in mijn werk inmiddels heel wat bijzondere dingen meegemaakt.

Maar sommige ontmoetingen blijven je bij.

Niet omdat de uitvaart zo indrukwekkend was. Niet vanwege de bloemen, de muziek of de locatie.

Maar omdat je op het juiste moment iets voor iemand hebt kunnen betekenen.

Ik ben uitvaartverzorger. Geen arts. Ik kan mensen niet beter maken en ik kan de dood niet tegenhouden.

Hoe graag ik dat soms ook zou willen.

Maar ik kan wel luisteren.

En soms kan ik een telefoontje plegen.

Dat lijkt misschien weinig, maar voor deze mevrouw betekende het de wereld.

Bij RustZacht zeggen we regelmatig dat onze zorg verder gaat dan alleen het regelen van een uitvaart.

En dat bedoelen we ook.

Want zolang iemand leeft, is er nog iets mogelijk.

Misschien geen genezing.

Misschien geen extra jaren.

Maar soms nog wel één prachtige dag.

En als ik dan moet kiezen tussen het bespreken van een uitvaartkist of iemand nog één keer zien lachen, dan weet ik het wel.

Die uitvaartkist komt later wel.

Eerst naar de dolfijnen.

Terug naar alle blogs

Lees ook