RUSTZACHT.NLUitvaartverzorgingBel 085-400 11 2224/7 bereikbaar
Drie brandende kaarsen van verschillende hoogte op een donkere houten tafel, links tussen gipskruid en eucalyptus op een donkerblauwe doek, met daarachter een donkerblauwe achtergrond vol warme lichtjes.

Uit de praktijk

De uitvaart van drie generaties

13 min lezen

Hoeveel verdriet kan een mens dragen?

Sommige families leer je kennen onder omstandigheden waarin je elkaar eigenlijk nooit had willen ontmoeten.

Als uitvaartverzorger kom ik bij mensen thuis op misschien wel de moeilijkste momenten van hun leven. Je stapt een huis binnen waar verdriet heerst, waar herinneringen worden opgehaald en waar mensen soms nog nauwelijks kunnen bevatten wat er is gebeurd.

Je bent daar als professional. Om te luisteren, te adviseren, te regelen en vooral om rust te brengen.

Maar soms ontstaat er in de loop der jaren een band die verder gaat dan alleen het verzorgen van een uitvaart.

Dit is het verhaal van een vrouw die ik in ongeveer twee jaar tijd drie keer mocht begeleiden bij het afscheid van een dierbare.

Drie generaties binnen één familie.

Drie keer verdriet.

En drie keer dezelfde vraag: hoe moet je hier als mens toch doorheen komen?

Ik zal haar naam niet noemen. Niet omdat haar verhaal niet verteld mag worden, maar juist omdat het zo persoonlijk is. Sommige verhalen verdienen het om gedeeld te worden, zonder dat iedereen hoeft te weten over wie het gaat.

Het eerste afscheid, haar moeder

De eerste keer dat ik haar ontmoette, was na het overlijden van haar moeder.

Een vrouw op leeftijd, die een lang leven achter zich had. Een leven waarin ongetwijfeld veel was gebeurd. Mooie momenten, moeilijke jaren, liefde, verlies en alles wat daartussen ligt.

Haar overlijden kwam niet helemaal onverwacht.

Natuurlijk was er verdriet. Want hoe oud je moeder ook wordt, het blijft je moeder. De vrouw die er al was voordat jij er was. Die je leerde lopen, je troostte als je verdriet had en die, zelfs wanneer je zelf allang volwassen bent, toch altijd een bijzondere plek in je leven houdt.

Maar er was ook berusting.

De familie kon vrede hebben met haar overlijden. Ze had haar leven geleefd en haar tijd was gekomen.

We organiseerden een warm en persoonlijk afscheid.

Er werd gehuild, maar er werd ook gelachen. Herinneringen kwamen voorbij die misschien al jaren niet meer waren verteld.

Ik herinner me vooral de liefde waarmee haar dochter over haar sprak.

Na de uitvaart bedankte ze mij hartelijk.

We namen afscheid en zoals ik dat zo vaak doe, wenste ik haar en haar familie veel sterkte voor de komende tijd.

Ik hoopte haar voorlopig niet meer in mijn werk tegen te komen.

Want hoe vreemd dat misschien klinkt voor iemand die zijn brood verdient met uitvaarten: ik zie mijn families het liefst zo lang mogelijk niet terug.

Het tweede afscheid, een kleinzoon die het leven niet meer aankon

Enige tijd later ging mijn telefoon.

Ik herkende haar stem vrijwel onmiddellijk.

Het was dezelfde vrouw.

Alleen klonk haar stem deze keer anders.

Ze vertelde mij dat haar neef, de zoon van haar broer, was overleden.

Een jonge man die al langere tijd worstelde met ernstige psychische problemen.

Hij had uiteindelijk zelf een einde aan zijn leven gemaakt.

Ik weet nog dat ik even stil was.

Want hoe vaak je in dit beroep ook met de dood wordt geconfronteerd, het overlijden van een jong mens blijft iets wat je raakt.

Zeker wanneer iemand niet is overleden door ouderdom of een lichamelijke ziekte, maar doordat het leven voor hem kennelijk zo zwaar was geworden dat hij geen andere uitweg meer zag.

Voor de mensen die achterblijven, roept zo’n overlijden vaak ontzettend veel vragen op.

Waarom?

Hadden we iets kunnen zien?

Hadden we iets anders moeten doen?

Waarom heeft hij ons niet verteld hoe erg het werkelijk was?

En misschien wel de moeilijkste vraag:

Hadden we hem kunnen redden?

Het zijn vragen waarop soms nooit een antwoord komt.

Wat ik in mijn werk heb geleerd, is dat verdriet na zelfdoding vaak een extra ingewikkelde laag heeft.

Naast het gemis kunnen er gevoelens zijn van schuld, boosheid, onmacht en onbegrip.

En toch blijft boven alles de liefde bestaan.

Want iemand die door zelfdoding overlijdt, is zoveel meer dan de manier waarop zijn leven is geëindigd.

Hij was een zoon.

Een kleinzoon.

Een neef.

Een mens met een eigen karakter, herinneringen, mooie eigenschappen en mensen die van hem hielden.

Zijn laatste beslissing mag nooit zijn hele levensverhaal worden.

Tijdens de voorbereidingen voor zijn afscheid probeerden we daarom vooral stil te staan bij wie hij was geweest.

Niet alleen bij zijn problemen.

Niet alleen bij zijn verdriet.

Maar juist ook bij zijn leven.

Bij de jongen die hij ooit was, de momenten waarop hij gelukkig was en de herinneringen die zijn familie voor altijd met zich mee zou dragen.

Zijn vader, de broer van mijn opdrachtgeefster, was op dat moment zelf ernstig ziek.

En dat maakte de situatie nog schrijnender.

Een vader die al vocht tegen zijn eigen ziekte, moest nu ook zijn zoon verliezen.

Ik kan me nauwelijks voorstellen wat er dan door iemand heen gaat.

Je eigen gezondheid die je in de steek laat, terwijl je tegelijkertijd afscheid moet nemen van je kind.

Er bestaat eigenlijk geen volgorde waarin zoiets logisch voelt.

Ouders horen hun kinderen te zien opgroeien.

Niet andersom.

Na deze tweede uitvaart stond ik opnieuw tegenover dezelfde vrouw.

We kenden elkaar inmiddels een stuk beter.

Opnieuw bedankte ze mij.

Opnieuw wenste ik haar sterkte.

En opnieuw hoopte ik dat het leven haar vanaf dat moment wat meer rust zou gunnen.

Maar het leven houdt zich helaas niet aan onze wensen.

Het derde afscheid, haar broer

Niet lang daarna kwam het derde telefoontje.

Haar broer was overleden.

De man die kort daarvoor zijn eigen zoon had moeten begraven, had uiteindelijk ook de strijd tegen zijn ziekte verloren.

Drie overlijdens binnen ongeveer twee jaar.

Eerst haar moeder.

Daarna haar neef, de zoon van haar broer.

En nu haar broer zelf.

Drie generaties binnen één familie.

Ik weet nog dat ik dacht: het zal toch niet waar zijn?

Toen ik haar weer sprak, voelde het bijna alsof ik een oude bekende aan de telefoon had.

Niet omdat we samen zulke mooie dingen hadden meegemaakt, maar omdat verdriet ons inmiddels al drie keer bij elkaar had gebracht.

Ze hoefde mij nauwelijks meer iets uit te leggen.

Ik kende de familieverhoudingen.

Ik wist wie er bij de vorige uitvaarten waren geweest.

Ik wist welke mensen inmiddels niet meer aan tafel konden zitten.

En ik wist hoeveel verdriet er achter haar stem schuilging.

Tijdens ons gesprek zei ik, een beetje gekscherend:

‘Ik blijf je maar sterkte wensen.’

Het was zo’n opmerking die je maakt om de zwaarte heel even te doorbreken.

Ze begreep precies wat ik bedoelde.

Er verscheen zelfs een kleine glimlach.

Maar achter die glimlach zat natuurlijk een wereld van verdriet.

Want wat moet je anders zeggen?

Voor de derde keer vertellen dat iemand het verlies een plekje moet geven?

Dat de tijd alle wonden heelt?

Dat het leven doorgaat?

Soms zijn dat zulke lege woorden.

Niet omdat ze verkeerd bedoeld zijn, maar omdat ze geen recht doen aan wat iemand heeft meegemaakt.

Wanneer verdriet zich opstapelt

Wat mij vooral raakte, was dat deze vrouw nauwelijks de tijd had gekregen om het ene verlies te verwerken voordat het volgende zich alweer aandiende.

Na het overlijden van haar moeder moest ze leren leven zonder haar.

Toen haar neef overleed, kwam daar een heel ander soort verdriet bij. Een overlijden dat vragen opriep en de hele familie diep raakte.

En terwijl dat verdriet nog volop aanwezig was, moest ze ook afscheid nemen van haar broer.

Haar eigen broer.

Iemand met wie ze een jeugd had gedeeld.

Die dezelfde ouders had gekend.

Die herinneringen bezat aan een tijd waarin ze allebei nog kinderen waren.

Dat is iets bijzonders aan het verliezen van een broer of zus.

Je verliest niet alleen een familielid.

Je verliest ook iemand die een deel van jouw geschiedenis met zich meedraagt.

Iemand die nog weet hoe het vroeger thuis rook.

Hoe je moeder kon lachen.

Welke grapjes er aan tafel werden gemaakt.

Hoe jullie als kinderen met elkaar omgingen.

Met het overlijden van haar broer verdween opnieuw een stukje van haar eigen verleden.

En dat terwijl ze haar moeder nog maar zo kort daarvoor had verloren.

Ik vroeg me werkelijk af hoeveel een mens eigenlijk kan verdragen.

Want verdriet laat zich niet netjes verdelen.

Je kunt niet zeggen: het verdriet om mijn moeder is nu afgerond, dus ik heb weer ruimte voor het volgende verlies.

Zo werkt het niet.

Verdriet stapelt zich soms op.

Het ene gemis raakt het andere.

Een foto van je broer herinnert je ineens ook aan je moeder. Een verhaal over je neef brengt de herinnering aan zijn vader terug.

En op verjaardagen, feestdagen en gewone zondagen worden de lege stoelen steeds zichtbaarder.

De bijzondere band tussen een familie en haar uitvaartverzorger

Mensen zeggen weleens tegen mij dat het toch mooi moet zijn wanneer families steeds opnieuw voor RustZacht kiezen.

En natuurlijk is dat zo.

Het is misschien wel een van de grootste complimenten die je als uitvaartverzorger kunt krijgen.

Wanneer mensen je op een van de kwetsbaarste momenten van hun leven opnieuw het vertrouwen geven, zegt dat iets.

Blijkbaar hebben ze zich de vorige keer gehoord gevoeld.

Blijkbaar was er rust.

Blijkbaar was er vertrouwen.

En blijkbaar weten ze dat ze niet alles opnieuw hoeven uit te leggen.

Maar geloof me, bij het derde telefoontje van dezelfde familie denk ik echt niet aan een tevreden terugkerende klant.

Ik denk aan de mensen achter dat telefoontje.

Aan wat ze opnieuw moeten doorstaan.

Aan de kinderen, broers, zussen, partners en andere familieleden die weer een dierbare moeten missen.

Ik zou liever hebben dat ze mij bellen om te vertellen dat het goed met ze gaat.

Dat er een kleinkind is geboren.

Dat iemand is getrouwd.

Of gewoon om te zeggen dat het leven weer een beetje zijn gewone gang gaat.

Maar zo werkt mijn beroep natuurlijk niet.

Mensen bellen mij meestal wanneer hun wereld even stilstaat.

En dan wil ik er voor ze zijn.

Niet alleen als degene die een kist bestelt, een crematorium reserveert of een rouwkaart laat drukken.

Maar vooral als mens.

Je hoeft niet altijd iets te zeggen

Bij het regelen van de derde uitvaart merkte ik hoe vertrouwd het contact inmiddels was geworden.

Er hoefden geen grote woorden meer te vallen.

Soms is luisteren voldoende.

Een kop koffie drinken.

Even stil zijn.

Een herinnering ophalen.

Of samen lachen om iets wat vroeger is gebeurd.

Want ook dat mag.

Sterker nog, ik vind het belangrijk dat mensen tijdens het regelen van een uitvaart niet het gevoel hebben dat ze voortdurend verdrietig moeten zijn.

Er mag gelachen worden.

Er mag een grapje gemaakt worden.

Er mag zelfs even over iets heel anders worden gesproken.

Dat betekent niet dat het verdriet minder groot is.

Het betekent alleen dat we mensen zijn.

En dat we, zelfs op de moeilijkste momenten, behoefte hebben aan een beetje lucht.

Wat me bij deze vrouw bijbleef, was haar vermogen om ondanks alles betrokken te blijven bij het afscheid van haar dierbaren.

Drie keer opnieuw nadenken over muziek.

Drie keer opnieuw herinneringen verzamelen.

Drie keer opnieuw beslissingen nemen terwijl je hoofd daar eigenlijk helemaal niet naar staat.

En drie keer opnieuw die verschrikkelijke dag waarop je definitief afscheid moet nemen.

Dat vraagt ontzettend veel van iemand.

Sterk zijn is niet hetzelfde als geen verdriet hebben

Ik hoor mensen vaak zeggen:

‘Wat is zij toch een sterke vrouw.’

En misschien is dat ook wel zo.

Maar ik denk dat we voorzichtig moeten zijn met dat woord.

Want wanneer we iemand voortdurend vertellen hoe sterk hij of zij is, kan het bijna voelen alsof diegene niet meer mag instorten.

Alsof huilen een teken van zwakte is.

Alsof je na drie overlijdens nog steeds maar gewoon overeind moet blijven.

Terwijl iemand die zoveel heeft meegemaakt juist alle ruimte verdient om even niet sterk te zijn.

Om te zeggen dat het niet meer gaat.

Om boos te zijn.

Om moe te zijn.

Om voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal te vertellen.

Of om gewoon een hele dag nergens zin in te hebben.

Je hoeft niet sterk te zijn om verdriet te mogen dragen.

En je hoeft ook niet overal overheen te komen.

Sommige verliezen draag je de rest van je leven met je mee.

Niet iedere dag even zwaar.

Niet ieder uur even nadrukkelijk.

Maar ze blijven onderdeel van wie je bent.

Misschien is dat wel wat rouw werkelijk betekent.

Niet leren om iemand te vergeten.

Maar leren om verder te leven terwijl je iemand blijft missen.

Drie uitvaarten, één familie, een blijvende herinnering

Toen de derde uitvaart achter de rug was, namen we opnieuw afscheid.

Ik bedankte haar voor het vertrouwen dat ze mij keer op keer had gegeven.

En natuurlijk wenste ik haar opnieuw heel veel sterkte.

Maar deze keer voegde ik daar iets aan toe.

Ik zei dat ik oprecht hoopte dat we elkaar voorlopig niet meer op deze manier zouden hoeven ontmoeten.

Dat haar familie nu eindelijk wat rust zou krijgen.

En dat het leven haar, na alles wat ze had meegemaakt, ook weer mooie momenten mocht brengen.

Want die verdient ieder mens.

Ook iemand die zoveel verdriet heeft gekend.

Misschien juist iemand die zoveel verdriet heeft gekend.

Ik weet dat ik haar nooit zal vergeten.

Niet vanwege de drie uitvaarten die ik mocht verzorgen.

Niet vanwege de bijzondere omstandigheden.

Maar vanwege de vrouw achter al dat verdriet.

Een vrouw die afscheid moest nemen van haar moeder, haar neef en haar broer.

Die drie keer opnieuw haar vertrouwen in mij stelde.

En die mij opnieuw liet beseffen waarom ik ooit voor dit bijzondere beroep heb gekozen.

Tot slot … hoeveel kan een mens dragen?

In mijn werk zie ik veel verdriet.

Soms heel onverwacht.

Soms na een lang ziekbed.

Soms na een leven van bijna honderd jaar.

En soms veel te vroeg.

Maar er zijn families waarbij het verdriet zich zo snel achter elkaar aandient, dat je je afvraagt wanneer ze eindelijk weer de kans krijgen om gewoon te leven.

Om wakker te worden zonder zorgen.

Om een telefoon te horen rinkelen zonder direct het ergste te vrezen.

Om samen aan tafel te zitten zonder dat het gesprek vanzelf weer over ziekte of overlijden gaat.

Ik hoop dat deze vrouw dat allemaal weer heeft mogen ervaren.

Dat ze weer heeft kunnen lachen zonder zich daar schuldig over te voelen.

Dat er nieuwe herinneringen zijn ontstaan naast alle pijnlijke herinneringen.

En dat ze heeft ontdekt dat geluk en verdriet soms gewoon naast elkaar kunnen bestaan.

Want hoeveel mensen je ook verliest, de liefde die je voor hen voelt, verdwijnt niet.

Die verandert van vorm.

Van samen zijn naar herinneren.

Van een stem horen naar weten hoe die stem klonk.

Van iemand kunnen vasthouden naar iemand voor altijd in je hart meedragen.

En misschien is dat uiteindelijk wat ons overeind houdt.

Niet dat we alles kunnen verwerken.

Niet dat we alles begrijpen.

Maar dat liefde blijft bestaan, ook wanneer de mensen van wie we houden er niet meer zijn.

Drie generaties. Drie afscheidsmomenten. Eén familie. En een hoeveelheid liefde die gelukkig niet met drie uitvaarten is verdwenen.

En mocht deze vrouw mij ooit nog eens bellen, dan hoop ik dat het niet is om een uitvaart te regelen.

Maar gewoon om te vertellen dat het goed met haar gaat.

Denk je aan zelfdoding?Bel dan 113

Terug naar alle blogs

Lees ook